Zoek jouw adres

Begrippenlijst bestemmingsplan & omgevingsplan

Alle vaktermen in gewone taal, van bouwvlak tot dubbelbestemming.

Achtererfgebied Erf achter en naast je huis. Bebouwingspercentage Deel van de grond dat bebouwd mag. Beheersverordening Lichtere variant voor gebieden zonder nieuwe plannen. Bestemmingsvlak Het gekleurde vlak op de verbeelding waarbinnen één bestemming geldt, begrensd door de bestemmingsgrens. Bijbehorend bouwwerk Aanbouw of los gebouw bij je huis. Bouwhoogte De maximale hoogte van een gebouw. Bouwvlak Waar je hoofdgebouw mag staan. Dubbelbestemming Extra beschermregel bovenop de gewone bestemming. Enkelbestemming De hoofdbestemming van een stuk grond. Functieaanduiding Preciezere invulling binnen een bestemming. Gebiedsaanduiding Regel voor een heel gebied. Goothoogte Hoogte tot waar het dak begint. Inpassingsplan Bestemmingsplan van de provincie of het Rijk voor bovenlokale projecten. Maatvoering De maten die op de kaart staan. Mantelzorgwoning Woonruimte in of bij een huis voor mantelzorg. Omgevingsvergunning Toestemming om te bouwen of afwijken. Overgangsrecht Bescherming van bestaand legaal gebruik en bouw. Paraplubestemmingsplan Eén regel over veel plannen tegelijk. Peil Het vaste startpunt voor hoogtes. Planregels De regels die bij het plan horen. Rooilijn De denkbeeldige lijn waar de voorgevel van gebouwen staat. Toelichting De uitleg bij het plan. Uitwerkingsplan Latere invulling van een globale bestemming. Verbeelding (plankaart) De kaart met de bestemmingen. Vigerend bestemmingsplan Het bestemmingsplan dat nu geldt. Voorbereidingsbesluit Tijdelijke bescherming terwijl een nieuw plan wordt voorbereid. Wijzigingsbevoegdheid Vooraf ingebouwde ruimte om te wijzigen.